• Coalition NAPAR Coalitie

Aanbevelingen - Levensbeschouwelijke tekens

Mis à jour : sept. 25


De verschillende overheden (federale staat, regio’s, gemeenschappen en lokale besturen) hanteren een kwalitatief personeelsbeleid. Ze zorgen er daarom voor dat er geen algemeen verbod bestaat op het dragen van levensbeschouwelijke tekenen. Uitzonderingen worden serieus onderzocht en grondig beargumenteerd.

Professioneel gedrag centraal stellen
  • De overheid vervult een voorbeeldfunctie. Ze heeft een belangrijke rol in het keren van vooroordelen over professionaliteit van haar medewerkers op basis van uiterlijke kenmerken. Ze mag tegelijk van elke medewerker verwachten dat ze de onpartijdigheid en kwaliteit van dienstverlening garanderen ten aanzien van alle burgers en inwoners. Non-discriminatie en onpartijdigheid is een wezenlijke beroepsvereiste, in het bijzonder voor ambtenaren die in contact komen met de bevolking.

  • We pleiten ervoor dat ambtenaren religieuze of levensbeschouwelijke tekens mogen dragen wanneer zij in functie zijn, zoals in Canada, Groot-Brittannië, Zweden en andere Europese landen het geval is ; tegelijk wordt vanzelfsprekend van de ambtenaren verwacht dat ze elke collega of burger op een gelijkwaardige manier behandelen, onafhankelijk van hun (eigen) religieuze of levensbeschouwelijke overtuiging. Op die manier kan een professionele onpartijdige houding van de ambtenaar hand in hand gaan met godsdienstvrijheid, vrijheid van meningsuiting en non discriminatie

  • Dit beleid houdt rekening met het feit dat ambtenaren zonder politieke, filosofische en levensbeschouwelijke overtuigingen niet bestaan, maar dat onpartijdig professioneel handelen los staat van wat je draagt. Daarom zijn niet uiterlijkheden, het accent, namen…, maar attitudes en competenties doorslaggevend om de dienstverlening al dan niet op een onpartijdige, gelijkwaardige manier te verlenen.

  • Alle beleidsmaatregelen die genomen worden in het kader van levensbeschouwelijke tekenen op de werkvloer dienen genomen te worden in overleg met alle betrokken actoren, onder meer de sociale partners

Professionaliteit nagaan via mystery shopping
  • In de private sector is mystery shopping om de klantvriendelijkheid, onpartijdigheid en kwaliteit van dienstverlening te meten, al jaren ingeburgerd, zowel voor de organisatie als geheel, als ten aanzien van werknemers. Overheden dienen van deze technieken gebruik te maken om de onpartijdigheid van hun dienstverlening te monitoren. Deze informatie kan worden gebruikt om het eigen personeel bij te scholen maar ook om eventuele tuchtsancties te treffen bij overtredingen. Er bestaan dus middelen die passender zijn om het hoger beschreven doel te bereiken zonder dat ze een inperking moeten inhouden van grondwettelijke vrijheden. Overheden dienen op deze middelen in te zetten.

Antidiscriminatietoetsen
  • Indien voor bepaalde functies of diensten toch een beperking werd of wordt ingevoerd op het dragen van religieuze of levensbeschouwelijke tekens, dient een rechtbank deze aan een antidiscriminatietoets te onderwerpen. Deze antidiscriminatietoets gaat na of de maatregel redelijk, proportioneel en noodzakelijk is om een legitiem doel te bereiken.

  • De overheden dienen rekening te houden met hun voorbeeldfunctie. We vragen daarom een evaluatie van bestaande neutraliteitsclausules in de arbeidsreglementen van de openbare diensten.

(Non) profit, social profit en onderwijs
  • De verschillende ministers stimuleren de profit, social profit en non-profit sectoren, inclusief het onderwijs (secundaire scholen, hogescholen en universiteiten), om met betrekking tot levensbeschouwelijke en religieuze tekens inclusief te werk te gaan. (Voor levensbeschouwelijke tekens in het onderwijs, zie onderdeel 'Onderwijs en Opleiding').

Toegang tot rechtszittingen
  • Gedurende verschillende rechtszittingen hebben magistraten mensen verplicht om zichtbare tekens van levensbeschouwelijk toebehoren af te zetten, verwijzend naar artikel 759 van het Gerechtelijk Wetboek. In de context waarin het werd goedgekeurd (1876), beoogde het artikel om zich ervan te verzekeren dat het publiek de rechtbank zou respecteren. Vandaag kunnen magistraten bezwaarlijk op dit artikel steunen om het dragen van religieuze tekens te verbieden gedurende rechtszittingen. Dit verbod leidt tot een indirecte discriminatie van mensen die zichtbare tekens van religieus toebehoren dragen en verdraait de intentie van de wetgever en de geest van artikel 759. We vragen daarom om artikel 759 van het Gerechtelijk Wetboek te herformuleren, zodat het zou overeenkomen met zijn oorspronkelijke doelstelling. Het artikel kan als volgt verwoord worden: “De toehoorders wonen de zittingen eerbiedig en stilzwijgend bij”[1].

[1] We worden hierbij gesteund door een recente uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Het Hof stelde dat België het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens heeft geschonden door een moslima uit een rechtszaal te weren omdat ze een hoofddoek draagt. Dit vormt volgens het Hof een inbreuk op artikel 9 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Zaak Lachiri v. België. Zie de uitspraak Ons volledig memorandum, een gedetailleerde versie van alle onderdelen en alle aanbevelingen is terug te vinden via onderstaande link.


Contacteer ons

Om meer te weten te komen over ons werk, zich aan te sluiten bij de coalitie, een interview aan te vragen, enz.: neem contact met ons op via het volgende formulier.

info@naparbelgium.org

  • Noir Twitter Icon